OVER ERFELIJKHEID, INSTINCT,  SOCIALISATIE EN INPRENTING VAN DE HOND,
door Hans Reinders

 Alle 3

Het is al meer dan 30 jaar geleden dat ik mijn eerste pup aanschafte. Een Duitse Herdershond van 9 weken oud.Toen werd een pup pas  op een leeftijd van 12 weken voor de eerste keer geënt tegen hondenziekte. Het advies van de fokker was dan ook :“Breng het pupje niet in contact  met andere honden, ga er liever maar niet de straat mee op voordat de enting een paar  weken oud is !”Op een leeftijd van ruim 3 maanden ging je dan voor het eerst met je pup aan de lijn de straat op, de voor de pup grote vreemde en onbekende wereld, vol onbekende geluiden en allerlei bewegende voorwerpen.

  Hoe anders laten we nu de eerste levensweken van een pup verlopen ! Pups worden afgeleverd aan de nieuwe eigenaars met een voorlopige beschermende inenting tegen de ergste hondenziektes. We adviseren de pup vroeg veel ervaringen te laten opdoen, meenemen naar de markt vol harde geluiden, vroeg meenemen naar de drukte van de grote stad. De inprentings -fase is bepalend voor het gedrag van de hond gedurende de rest van zijn leven. Twee totaal verschillende opvattingen om een pup te begeleiden en om het gewenste sociale karakter van de hond te ontwikkelen.

Er zijn pups die, ondanks een in onze ogen slechte begeleiding, toch heel sociaal worden. (Dat is wat anders dan gehoorzaam zijn) Ook zijn er voorbeelden van pups die ondanks een goede sociale begeleiding van de eigenaar niet sociaal geworden zijn.Deze genoemde uitersten hebben natuurlijk ook met het ras maken. Het ene ras is nu eenmaal gemakkelijker dan het andere.De rasspecialist kan zelfs vaak binnen het ras aangeven dat pups uit bepaalde bloedlijnen gemakkelijk sociaal of juist moeilijk sociaal te maken zijn. Hier komt het eeuwige strijdpunt van wat is erfelijkheid  en wat is de invloed van het milieu naar voren .Dit artikel  wil  daarover geen uitspraak doen. We kunnen alleen vaststellen dat het een samenspel is tussen aanleg en milieu in een bepaalde verhouding tot elkaar.Er wordt alom verondersteld dat de invloed van vriendschapsrelaties bij mensen tijdens de jeugd en de puberteit bepalend zijn voor latere keuzes in het leven met wie men wel en met wie men liever niet wil omgaan. Ook uw keuze van een levenspartner zou daar mede door bepaald worden.

Verwaarlozing tijdens de jeugd geeft geen harmonieuze mensen ! Soms staat men verbaasd over het goede gedrag van volwassen honden als men weet hoe slecht er in de jeugd mee om gegaan is.Dat is iets anders dan aangeboren gedrag, de hond ingegeven door instinkt.Geboortebegeleiding door de  moederhond is niet afhankelijk van een leerproces. De allereerste pup geeft soms wat problemen maar meestal weet de teef heel goed uit instinct hoe zij er verder mee om moet gaan.Ook gedragscodes van honden in de roedel zijn aangeboren. Bij ons thuis is een subtiel optrekken van de lippen bij de moederhond met pasgeboren pups voldoende om de andere volwassen honden, waaronder ook de leidster, op afstand te houden ! Door de wetenschappers is soms sterk de nadruk op de erfelijke aanleg gelegd, dan weer wordt  het milieu als belangrijkste invloed van het ontwikkelde karakter genoemd. Anno 2004 kunnen we er wel van uitgaan dat de inprentings -fase voor de ontwikkeling van de hond van uitermate groot belang is. Prof.Lorenz ontdekte dat jonge ganzen, datgene wat ze het eerst zagen als ze uit het ei gekropen waren, als hun moeder beschouwden ! De assistent vervulde die rol en de gansjes volgen hem trouw tot in het water. Aangezien pups nestblijvers zijn zal dat volg -instinct zich pas later gaan ontwikkelen, maar het wil niet zeggen dat ervaringen in de dagen vlak na de geboorte niet belangrijk zouden kunnen zijn voor de verdere karakterontwikkeling. In Amerika onderzocht men de invloed van eenvoudige testhandelingen bij heel jonge pups, in de leeftijd vanaf de derde tot de zestiende dag

( “Early Neurological Stimulation “ by C.L. Battaglia.) en over de positieve uitwerking op het karakter van de pups was men zeer enthousiast. Door het uitvoeren van eenvoudige proefjes bij de pups wordt de natuurlijke aanleg gestimuleerd. Verschillen in latere ontwikkeling van individuen van veronderstelde vrijwel gelijkwaardige genenpatronen, zouden hiermee kunnen worden verklaard . M.a.w. er ontstaat achterstand in (geestelijke) ontwikkeling bij de pups die niét aan de proefjes zijn onderworpen t.o.v. de nestgenoten die wél de proefjes  hebben ondergaan. Bij het Amerikaanse leger werd een methode ontwikkeld genaamd “Bio Sensor”. Men leerde, na jarenlang research, dat neurologische stimulatie bij de zeer jonge pup, belangrijke en langdurige  positieve effecten  ontwikkeld. Een milde vorm van stress is voldoende om hormonale systemen, adrenaline en hersenfuncties te stimuleren. Wanneer dit met zorg en de nodige voorzichtigheid wordt toegepast heeft het een gunstige invloed op de geestelijke ontwikkeling van de jonge pup. Er is een bepaalde periode bij de pup waarbij dit optimale resultaten geeft. Deze periode ligt tussen de 3e en de 16e dag. Bio Sensor geeft 5 oefeningen die gedurende die tijd achter elkaar bij de pup moeten worden uitgevoerd.Iedere oefening duurt 3 tot 5 seconden en wordt iedere dag één keer uitgevoerd :

Oefening 01. (Tickling) :

De pup in één hand vasthouden, iets verticaal zodat met behulp van een wattenstaafje men tussen de tenen van één voetje  van de pup kan kriebelen. Het is niet  noodzakelijke dat men ziet dat de pup het kriebelen voelt.

test 1

Oefening 0 2. ( Straight up)

Gebruik beide handen en zet de pup op de ene hand terwijl je met de andere hand de hals van de pup vasthoudt. Het hoofd is dus precies boven de staart.

Test 2

Oefening 0 3.(Head pointed down)

De pup met beide handen stevig vasthouden en daarna voorzichtig met het hoofd naar  beneden draaien.

Test 3

Oefening 0 4. (Supine position)

Houdt de pup in de palm van beide handen op de rug, dus met het hoofd naar boven gekeerd. Terwijl de pup op zijn rug ligt mag de pup protesteren.

Test 4

Oefening 0 5.(Thermal stimulation)

Gebruik een vochtige handdoek die gedurende enige tijd in de diepvries heeft gelegen. Zet de pup met de pootjes op de koude handdoek.

Zorg dat de pup zich  niet kan bewegen.                         

Test 5

   

Deze 5 oefeningen geven de pup neurologische stimulaties die de pup anders gedurende deze vroege levensperiode niet gehad zou hebben.

Herhaal de oefeningen niet vaker dan één keer per dag en niet langer dan 5 seconden per oefening.

Deze oefeningen stimuleren het  neurologische systeem eerder tot activiteit dan we normaal zouden kunnen verwachten op deze leeftijd.

Het resultaat is een versterkte lichamelijke en geestelijke weerbaarheid die blijkt uit een zelfstandiger houding van de pup. ( Minder gauw bang voor vreemde ervaringen, minder stressgevoelig. ( In de sfeer van  “ Ik kan de wereld wel aan !!”)

Duidelijk wordt hierbij gezegd dat de oefeningen niet in de plaats gezien moeten worden van de gewone sociale ervaringen en opvoeding.

Het is niet plaatsvervangend maar het is alleen “meer”.

Samenvattend kunnen we de ontwikkeling  en opvoeding van de pasgeboren pups  in 3 perioden verdelen :

  1e   3e tot de 16e dag :  Neurologische ontwikkeling   

 Extra stimulans door de boven omschreven oefeningen. Nu wordt als het ware een extra basis gelegd om de mogelijkheid te vergroten de grote mensenwereld  als”hond- vriendelijk “ te kunnen ervaren. Zelfstandigheid en sociaal gedrag kan zich dan optimaal ontwikkelen.

 2e      Socialisatie periode.

In het kader van dit artikel heeft deze periode weinig verdere uitleg nodig. Onvoldoende sociale contacten van de pup in de jeugd hebben een slechte emotionele ontwikkeling van de pup tot gevolg.

Dat houdt de ontwikkeling van de pup tegen zich aan de mens (baas) te binden. (  Honden waarmee men moeilijk contact maakt, lopen soms tijdens de wandeling  bij de baas weg .) Gebrek aan sociale interactie geeft ook gebrek aan de mogelijkheid van de jonge hond tot  adaqaat  leergedrag.  (“ Hij wil helemaal niet luisteren !”)

3e       Verrijkingsperiode.

De hond is de periode van de jeugd bijna voorbij. De jonge pup is sociaal en goed opgevoed.We kunnen als eigenaar van de hond daarmee tevreden zijn. We hebben een fijne kameraad, sociaal en gehoorzaam en niet agressief .Dat is ons voldoende, we wensen niet meer. Maar er zijn ook mensen die meer willen met  hun hond. G&G, agility, misschien africhting of speurhond. Dat is geweldig, voor hond en baas ! Maar daarbij is één MAAR….. ...........

Misschien heeft uw hond niet de aanleg of capaciteiten die U dacht in uw hond te zien. Accepteer dat dan en stop of ga een eenvoudiger programma doen. U bespaart uzelf  en ook de hond vele  teleurstellingen. Niet iedereen is geschikt voor hoger onderwijs. Ik wens U veel plezier met uw pup en bedenk dat nooit alles vanzelf gaat. Ook is niet altijd alles te verklaren, maar als U de moeite wil nemen de  pup met zorg te omringen dan komt  het zeker goed !!!   SUKSES .

 

 Bron : Early  Neurological Stimulation-Developing High Achievers. (Battaglia C.L)

  P.S. Alle "di Scottatura " nesten worden met deze methode getest.